%@LANGUAGE="JAVASCRIPT" CODEPAGE="1252"%>
Op deze infopagina’s van
de gemeentes Langemark-Poelkapelle, Kortemark en Houthulst vindt u heel wat
informatie over bezoekmogelijkheden in onze gemeentes. Zo krijgt u de kans
om zélf u programma samen te stellen, naargelang de interesse of het
leerprogramma van uw klas. Langemark-Poelkapelle, Kortemark en Houthulst slaan
voor u graag de handen in elkaar om een degelijke en tot in de puntjes verzorgde
uitstap samen te stellen.
We wensen u alvast een onvergetelijke dag in onze gemeentes toe.
KORTEMARK |
| In Kortemark staan archeologie en cultuur centraal.Het Archeologisch site-museum heeft een overzicht van archeologische vondsten in Kortemark. Het toont de bezoeker de resultaten van de plaatselijke opgravingen van de Bronstijd tot de Middeleeuwen. Een bezoek aan het dorp met de schitterde kerk, zijn motte en één van de 3 nog maalvaardige molens in de gemeente is dus zéker een must! Ook een wandeling door de Handzamevallei behoort tot de mogelijkheden. |
![]() |
|
|||
![]() |
|
|||
| De
Hoge Andjoen motte:
Deze archeologische site in Werken, bestaat uit de motte achter de kerk en zijn voorhof, die beide omgracht zijn. Dit type van een tweeledige nederzetting, opgetrokken uit aarde en hout, heeft zijn wortels in de vroege middeleeuwen (8e- 9e eeuw). Deze weinig gekende periode uit de geschiedenis wordt in het museum verduidelijkt: reconstructie van een waterput, maquettes, opgegraven voorwerpen, bodemkunde. Ook fotografie van tijdens de opgravingen komt aan bod. Grafheuvels
uit de Bronstijd: |
||||
![]() |
|
|||
|
||||
![]() |
|
|
De Koutermolen,
Kortemark
|
||
|
![]() |
|
De Kruisstraatmolen,Werken Natuurgebied De Handzamevallei In het stroomgebied
van de IJzer neemt de Handzamevallei (het Krekedal) een flinke hap voor
haar rekening: ze beslaat ongeveer 17.000 ha of 12% van het totale IJzergebied.
De uitgestrekte gronden langs de Handzamevaart, de Broeken, liggen slechts
3 à 5 m boven de zeespiegel en zijn tijdens de winterperiode
of na zware regenval onderhevig aan overstromingen. Op de waterzieke
gronden is bebouwing uitgesloten en kan slechts sporadisch aan akkerbouw
worden gedaan. Dit resulteert in een landschap van natte hooilanden,
sloten, graasweiden en knotwilgenrijen, een oase van rust. Van oudsher
herbergt dit vochtige valleigebied een bijzonder rijke fauna en flora.
De zeldzame Kleine Zwaan komt hier vanuit Siberië jaarlijks overwinteren;
Smienten, Slobeenden en Zomertaling vinden er een pleister - of broedplaats.
In de meest zuiver slootjes wisten een aantal zeldzame planten zich
te handhaven: hier vinden we nog Zwanenbloem, Pijlkruid en Pijptorkruid.
Langs de perceelsranden bloeit Echte Koekoeksbloem en Pinksterbloem. |
||
|
||
Langemark-Poelkapelle |
| De oorlog heeft in alle hevigheid gewoed in deze gemeente. Het indrukwekkende Duitse soldatenkerkhof telt niet minder dan 44 000 graven. De Zonnebekestraat wordt overheerst door het beeld van de Canadese soldaat die treurt om zijn overleden strijdmakkers. Een passend eerbetoon voor allen die in deze streek hun leven lieten. |
Het
Duitse soldatenkerkhof, Langemark
Het kerkhof maakt in vergelijking met Britse begraafplaatsen een sobere indruk.
Achter de monumentale poort ligt een gemeenschappelijk graf met 24.917 soldaten,
van wie er 7.977 onbekend zijn.. In oktober ’14 sneuvelden ze tijdens
vergeefse pogingen om dichter bij Ieper te komen. Ook Hitler’s directe
bevelhebber ligt hier begraven
Achteraan op de begraafplaats is de omheining doorbroken. In deze opening
staan vier meer dan levensgrote bronzen beelden van soldaten naast elkaar
op een hardstenen plaat. Met neergeslagen ogen en de helm in de hand brengen
zij een laatste eerbetoon aan de gesneuvelden. De uitvoering is zeer sober,
typisch voor Duitse begraafplaatsen.
Canadian
Battlefield memorial, St-Juliaan
Het werd opgericht ter nagedachtenis van de 3.000 doden van de eerste Canadese
divisie die vielen tijdens de tegenaanvallen na de eerste gasaanval van 1915.
Het monument werd onthuld op 8 juli 1923 in aanwezigheid van de hertog van
Connaught (broer van de Engelse koning) en prins Leopold. De ontwerper Fred.
Chapman Clemeshaw uit Regina maakte indertijd eveneens deel uit van het Canadese
expeditieleger in Frankrijk. De tuin rond het monument is volledig opgebouwd
met Canadese aarde en alle planten zijn vanuit Canada naar hier overgebracht.
De zware struiken met hun scherpe toppen stellen obussen voor, de juniperusstruiken
stellen de granaattrechters voor.
![]() |
|
|
Gedenkteken
van het 3de linieregiment in Langemark, Langemark Monument
Kitcheners Wood, St-Juliaan |
||
| 7 Britse militaire begraafplaatsen | ||
|
Seaforth
Cemetery, Cheddar Villa, Poelcapelle
British cemetery, Ruisseau
farm cemetery St-Julien
dressing station Bridge
house cemetery Dochy farm
New British cemetery Cement
house cemetery |
||
| De
Steenakkermolen, St-Juliaan Deze molen staat ook gekend als Dodenmolen, omdat hier zoveel slachtoffers vielen tijdens W.O.I. Deze molen werd tijdens de oorlog door de Duitsers als observatiepost gebruikt. Wegens de talrijke beschietingen gaven ze hem de naam 'Totenmühle' (dodenmolen). Kasteel Langemark |
||
|
||
HOUTHULST |
![]() |
||
![]() |
|
|
![]() |
||
![]() |
||
![]() |
||
![]() |
|
Belgische
Militaire begraafplaats
Deze begraafplaats telt 1723 graven van Belgische soldaten, 146 Franse en
ook 81 Italiaanse soldaten. De meeste Belgen sneuvelden in de nabijheid tijdens
het bevrijdingsoffensief. De Italianen waren krijgsgevangenen. Ze werden gebruikt
als dwangarbeiders voor het Duits - Oostenrijkse leger. Ze moesten o.a. munitie
via de smalspoorlijnen aanvoeren . Velen stierven tijdens de ultieme aanval
waar ze door de Duitsers in de vuurlinie worden geplaatst en door de geallieerden
werden neergemaaid. Ze liggen achteraan op de begraafplaats tegen de bosrand
begraven.
De begraafplaats ligt op dezelfde plaats waar de veldslag van 28 september
1918 plaatsvond. Ze werd na 1923 (na ontruiming van springstoffen en bij het
begin van de herbebossing) aangelegd in de vorm van een Davidster. Met een
oppervlakte van 5,24 ha is het één van de grootste Belgische
militaire begraafplaatsen in de regio.

![]() |
|
Het
Vrijbos
Het bos werd rond 826 door Abelardus, een neef van Karel de Grote, geschonken
aan de abdij van Corbie. De Graven van Vlaanderen betwistten dit eigendomsrecht
en eisten de helft van het Vrijbos. In 1096 sloot Robrecht de Fries, graaf
van Vlaanderen, een overeenkomst met de abdij. Het deel ten noorden van de
Corverbeek werd eigendom van de Graven van Vlaanderen, het zuidelijk deel
van de abdij van Corbie. In 1559 verkocht de abdij haar deel aan Godfried
van Bocholt. Later verwierf hij ook het noordelijk deel. In 1609 verwerven
Albrecht en Isabella de volledige eigendom in ruil voor goederen gelegen in
het land van Overmaas. Het Vrijbos werd beheerd door de Kasselrij van leper.
Tijdens de Franse bezetting was het Vrijbos het schuiloord voor de bende van Bakelandt. Bakelandt en zijn kornuiten pleegden verschillende roven in de regio van Tielt en Lendelede maar hielden zich wellicht schuil in de bossen van Houthulst. Bakelandt kon jarenlang aan de ‘gendarmen’ ontsnappen tot hij op 2 november 1803 op de Grote markt van Brugge publiekelijk onthoofd werd. De guillotine waarmee hij onthoofd werd kan bezichtigd worden in het Gruuthusemuseum van Brugge.
In 1829 werd een deel van het bos aangekocht door twee Antwerpenaren, die het op hun beurt, in 1838, verkochten aan senator Cassiers. Senator Cassiers liet er een kasteel, kerk, klooster en een school bouwen. Hij gaf zo meteen de aanzet tot het vormen van de parochie Houthulst.
En toen kwam ‘den grooten oorlog’ en meteen ook het definitieve einde van het uitgestrekte Vrijbos. Het Duitse leger herschiep het bos in een doolhof van loopgraven en prikkeldraadversperringen, vol mitrailleurs en batterijen voor grof geschut. De slag om het bos van Houthulst op 28 september 1918 zorgde ervoor dat het bos herveroverd werd op de Duitsers. Vier jaar van kanonvuur en bestokingen hadden evenwel het gehele bosgebied reeds totaal verwoest. Na de oorlog begon de herbebossing maar op een veel kleinere oppervlakte dan vroeger. In de vijftiger jaren werden grote stukken van het bos ontgonnen. Vandaag blijven er nog 352 ha over waarvan 200 ha militaire domein, 67ha toegankelijk het publiek, een 85 ha privé-domein. Toch blijft het Vrijbos met meer dan 5 km wandeldreven één van de mooiste bossen van de hele regio.
Op het gebied
van fauna en flora kan men verschillende zaken terugvinden:
Zoogdieren: bunzing, bosmuis, wezel, haas, konijn, vossen (nu zijn
ze er terug),..
Vogels: specht, aalschover, waterwild, goudplevier, wulp, ooievaar,
blauwe reiger,watersnip, blauwe kiekendief, sperwer, buizerd, lijsterachtigen,
vinken, mezen, nachtegaal, ransuil, fazant, waterhoen, zanglijster, tortelduif,
boompieper,..
Planten: speenkruid, mossen, adelaarsvaren, bosanemoon, hulst, brem,
lupine, kamperfoelie, kruiskruid, vlier, maagdenpalm, hondsdraf, klier- en
boerenwormkruid,…
Bomen: hazelaars, iepen, douglassparren, essen, dennen, beuken, eiken,
kastanjes, cipressen, populieren,…..
|
![]() |
Fort
van Knokke – Vauban vestiging
De IJzervlakte verbergt menig spoor van een rijk en bewogen verleden. Daartoe
behoren o.a. de overblijfselen van de vroegere sterkte van De Knocke, een
fort dat vooral roem verwierf tijdens de Frans-Spaanse-Oostenrijkse oorlogen
van de XVIIe en XVIII eeuw. De eigenaardige vorm van de kadasterindeling alsook
een paar lichte terreingolvingen verraden ogenblikkelijk de aanwezigheid van
een verdedigingssysteem; een smalle gracht maakt het ons thans nog mogelijk
de gebastioneerde omtrek af te bakenen van het vroegere fort, dat gebouwd
was op de samenvloeiing van de IJzer en de Ieperleevaart. De plaats heet nu
nog Oud Fort of Fort van Knokke. Enige huisjes staan op de plaats waar vroeger
de Kazematten waren, terwijl het “huis van de gouverneur” in de
loop der tijden vervangen werd door een mooie Vlaamse hoeve, de enige getuige
die nog aansluit bij het verleden.
Monument
van Sidronius Hosschius
Het vervangt het monument van Sidronius Hosschius dat voor de eerste wereldoorlog
aan de ingang van de kerk stond. Tijdens de oorlog verdween het bronzen borstbeeld.
Van het gedenkteken bleef alleen het arduinen voetstuk over. Vlaamse frontsoldaten
schreven er met rode letters de noodkreet: 'Hier ons bloed. Wanneer ons recht?'
op. Gedurende 15 jaar bleef de pompsteen tegen de kerkmuur liggen zonder dat
daar iemand aandacht aan schonk. In 1934 ontdekte Clem de Landtsheer, de toenmalige
secretaris van het IJzerbedevaartcomité, de steen en kreeg van het
Merkemse schepencollege de toelating om het voetstuk dat als standbeeld voor
het borstbeeld van Sidronius Hosschius had gediend over te brengen naar de
crypte onder de IJzertoren te Diksmuide. Daar is het nu nog altijd te bezichtigen.
|
|
Info
en reservatie: Dienst Toerisme Houthulst: Terreststraat 2, 8650 Houthulst, tel: 051/46 07 31 Toerisme.houthulst@vt4.net |