<%@LANGUAGE="JAVASCRIPT" CODEPAGE="1252"%> Untitled Document

Op deze infopagina’s van de gemeentes Langemark-Poelkapelle, Kortemark en Houthulst vindt u heel wat informatie over bezoekmogelijkheden in onze gemeentes. Zo krijgt u de kans om zélf u programma samen te stellen, naargelang de interesse of het leerprogramma van uw klas. Langemark-Poelkapelle, Kortemark en Houthulst slaan voor u graag de handen in elkaar om een degelijke en tot in de puntjes verzorgde uitstap samen te stellen.
We wensen u alvast een onvergetelijke dag in onze gemeentes toe.

KORTEMARK

 

In Kortemark staan archeologie en cultuur centraal.Het Archeologisch site-museum heeft een overzicht van archeologische vondsten in Kortemark. Het toont de bezoeker de resultaten van de plaatselijke opgravingen van de Bronstijd tot de Middeleeuwen. Een bezoek aan het dorp met de schitterde kerk, zijn motte en één van de 3 nog maalvaardige molens in de gemeente is dus zéker een must! Ook een wandeling door de Handzamevallei behoort tot de mogelijkheden.

 

De muntschat: van Werken:
Niet ver van de Romeinse heerbaan, de Steenstraat, werd een Romeinse muntschat te Werken ontdekt in 1898. Vermoedelijk ging het om de opgespaarde soldij van een soldaat, kort voor 270 na Christus aan de bodem toevertrouwd. Ook andere munten werden er gevonden (o.a. de bronzen sestertius van Marcus Aurelius). De munten worden voorgesteld aan de hand van vergrote foto’s en originele stukken.
De Hoge Andjoen motte:
Deze archeologische site in Werken, bestaat uit de motte achter de kerk en zijn voorhof, die beide omgracht zijn. Dit type van een tweeledige nederzetting, opgetrokken uit aarde en hout, heeft zijn wortels in de vroege middeleeuwen (8e- 9e eeuw). Deze weinig gekende periode uit de geschiedenis wordt in het museum verduidelijkt: reconstructie van een waterput, maquettes, opgegraven voorwerpen, bodemkunde. Ook fotografie van tijdens de opgravingen komt aan bod.

Grafheuvels uit de Bronstijd:
Prospectie b.m.v. luchtfotografie leidde tot de ontdekking van twee cirkels te Kortemark. Een noodopgraving toonde aan dat het ging om twee bronstijd-grafheuvels, waarvan alleen nog de ringgrachten sporen nalieten (1750-1100 v. Chr.), vandaag zijn die cirkels echter uit het landschap verdwenen door verkaveling.
Naast de foto’s zijn ook voorwerpen te zien die in de omgeving werden gevonden.

Hemelsdale:
Enkele jaren na de bouw van de abdij te Werken in 1286, vestigden de Cisterciëzerinen van Hemels-daele zich in de gebouwen. De opgravingen van een gedeelte van Hemelsdale worden hier getoond: reconstructie van twee graven, reconstructie van een haard, aardewerk, munten,…
Info en reservatie:
Dienst Toerisme Kortemark: Stationstraat 68,
8610 Kortemark tel: 051/56 61 08
Toerisme.kortemark@vt4.net

 

 

De Wullepitmolen te Zarren

Deze standaardmolen, op vier bakstenen teerlingen gebouwd, is een 17de eeuwse molen. Hij werd opgericht in Zerkegem in 1623 en in 1923 naar Zarren overgebracht. Hij werd op dezelfde ‘berg’ heropgebouwd waar de oude Zarren-Linde molen (eerste vermeldingen rond 1639) tijdens de Eerste Wereldoorlog door een artillerievoltreffer werd vernield. Deze overgebrachte houten molen heeft maar een korte maalcarrière gekend: vanaf 1949 werd hij al buiten dienst gesteld. De activiteiten werden tot 1967 overgenomen door de nieuwe maalderij, die naast de windmolen werd gebouwd. Deze maalderij beschikte over twee koppel maalstenen, een havermolen en een kleine builmolen (aangedreven met een stoommachine). In 1994 kocht de provincie West-Vlaanderen deze molen met het doel hem te restaureren. Momenteel is de Wullepitmolen weer volledig zoals hij vroeger was.

 

De Koutermolen, Kortemark
Deze molen dateert uit 1436 en is daarmee beslist de oudste molen van de gemeente, hoewel de oudste datumaanduiding in de molen zelf, op het klauwijzer van het voorwiel, slechts 1789 aangeeft. Het is een ‘standaardmolen’, wat betekent: een houten molenkast op een stelling met een verticale spil. De fokwieken hebben een vlucht van 24 meter. De molen heeft naast de rol van graanmolen ook het verleden van een olieslagerij, waarvan de stenen nog bewaard zijn in het torenkot, dat ingewerkt is in een kunstmatig heuveltje. Deze molen is beschermd sedert 1944 en maalvaardig.

 

De Couchezmolen, Zarren
Deze bakstenen stellingmolen is een kanjer in zijn soort: 25m hoog tot in de nok en daarmee de hoogste stenen molen in België. Er zijn niet minder dan 7 zolders. De molen werd gebouwd in 1870 en is beschermd sedert 1944. Tegen de buitenmuren staat er een onderligger die nog van de eertijds, op de benedenverdieping gebruikte oliemolen stamt. De molen werd sedert ’14 onder toezicht van de Duitse militairen uitgebaat. Tijdens de bevrijding in 1918 bleef de molen praktisch ongedeerd wat hoogst uitzonderlijk was temeer daar dertien andere molens in die periode werden vernield. Vreemd genoeg waren het de Duitsers die deze molen in ’44 klasseerden. Na de oorlog werd de molen uitsluitend als graanmolen gebruikt en dit tot in ’49. In 1997 kwam de aftakelende molen in erfpacht van de gemeente Kortemark, met de bedoeling hem grondig te restaureren. Vermoedelijke einddatum oktober 2003

 

De Kruisstraatmolen,Werken
Deze houten molen uit 1773 staat op vier ingebouwde, bakstenen teerlingen. Hij werd in 1921 overgebracht uit Torhout. Het is een ‘driezoldermolen’, wat betekent dat er een extra zolder, de ‘hel’, werd voorzien onder de graanzolder. Daar werd het meel tot bloem gezuiverd door de builmolen. De molen werd uitgebaat tot 1975. De molen, ook wel Berghes molen genoemd, naar de molenaarsfamilie Vandenberghe, is eigendom van de gemeente Kortemark en beschermd sedert 14 april 1944. .

Natuurgebied De Handzamevallei

In het stroomgebied van de IJzer neemt de Handzamevallei (het Krekedal) een flinke hap voor haar rekening: ze beslaat ongeveer 17.000 ha of 12% van het totale IJzergebied. De uitgestrekte gronden langs de Handzamevaart, de Broeken, liggen slechts 3 à 5 m boven de zeespiegel en zijn tijdens de winterperiode of na zware regenval onderhevig aan overstromingen. Op de waterzieke gronden is bebouwing uitgesloten en kan slechts sporadisch aan akkerbouw worden gedaan. Dit resulteert in een landschap van natte hooilanden, sloten, graasweiden en knotwilgenrijen, een oase van rust. Van oudsher herbergt dit vochtige valleigebied een bijzonder rijke fauna en flora. De zeldzame Kleine Zwaan komt hier vanuit Siberië jaarlijks overwinteren; Smienten, Slobeenden en Zomertaling vinden er een pleister - of broedplaats. In de meest zuiver slootjes wisten een aantal zeldzame planten zich te handhaven: hier vinden we nog Zwanenbloem, Pijlkruid en Pijptorkruid. Langs de perceelsranden bloeit Echte Koekoeksbloem en Pinksterbloem.

Info en reservatie:
Dienst Toerisme Kortemark: Stationstraat 68,
8610 Kortemark tel: 051/56 61 08
Toerisme.kortemark@vt4.net

 

TOP

Langemark-Poelkapelle

 

De oorlog heeft in alle hevigheid gewoed in deze gemeente. Het indrukwekkende Duitse soldatenkerkhof telt niet minder dan 44 000 graven. De Zonnebekestraat wordt overheerst door het beeld van de Canadese soldaat die treurt om zijn overleden strijdmakkers. Een passend eerbetoon voor allen die in deze streek hun leven lieten.

 

Het Duitse soldatenkerkhof, Langemark
Het kerkhof maakt in vergelijking met Britse begraafplaatsen een sobere indruk. Achter de monumentale poort ligt een gemeenschappelijk graf met 24.917 soldaten, van wie er 7.977 onbekend zijn.. In oktober ’14 sneuvelden ze tijdens vergeefse pogingen om dichter bij Ieper te komen. Ook Hitler’s directe bevelhebber ligt hier begraven
Achteraan op de begraafplaats is de omheining doorbroken. In deze opening staan vier meer dan levensgrote bronzen beelden van soldaten naast elkaar op een hardstenen plaat. Met neergeslagen ogen en de helm in de hand brengen zij een laatste eerbetoon aan de gesneuvelden. De uitvoering is zeer sober, typisch voor Duitse begraafplaatsen.

Canadian Battlefield memorial, St-Juliaan
Het werd opgericht ter nagedachtenis van de 3.000 doden van de eerste Canadese divisie die vielen tijdens de tegenaanvallen na de eerste gasaanval van 1915.
Het monument werd onthuld op 8 juli 1923 in aanwezigheid van de hertog van Connaught (broer van de Engelse koning) en prins Leopold. De ontwerper Fred. Chapman Clemeshaw uit Regina maakte indertijd eveneens deel uit van het Canadese expeditieleger in Frankrijk. De tuin rond het monument is volledig opgebouwd met Canadese aarde en alle planten zijn vanuit Canada naar hier overgebracht. De zware struiken met hun scherpe toppen stellen obussen voor, de juniperusstruiken stellen de granaattrechters voor.

Het Guynemer monument Poelkapelle
Guynemer was de pionier van de oorlogsluchtvaart, die in W.O.I. in volle opkomst was. In 1916 en 1917 was het luchtruim boven Poelkapelle het theater van heroïsche luchtgevechten. Guynemer sneuvelde bij de derde slag om Ieper, één week voor de Britten Poelkapelle binnendrongen. Hij was op 11 september 1917 opgestegen nabij Duinkerke op weg naar een 54ste overwinning. Hij verdween spoorloos boven Poelkapelle. Duitsers zouden hem begraven hebben.
In het monument zijn enkele symbolische elementen aanwezig. De lauwerkrans is opgehangen in de richting van het geallieerde front. Het laatste dagorder van Guynemer met de opdracht van de Belgische piloten staat ingebeiteld in de steen. De ooievaar op de top verwijst naar ‘les Cicognes’, de naam van de ‘escadrille van Guynemer’. De onthulling had plaats op 8 juli 1923.

Gedenkteken van het 3de linieregiment in Langemark, Langemark
Het vervangt het vroegere monument dat was aangebracht op de Steenstraetebrug en dat 28 mei 1940 vernield werd toen de terugtrekkende Britse troepen de brug lieten springen; Op 26 april 1953 werd het nieuwe monument ingehuldigd door de verbroedering van de oud-strijders van het 3de en 23ste linieregiment. De oorspronkelijke bronzen platen werden opnieuw gebruikt

Monument Kitcheners Wood, St-Juliaan
Het gedenkteken werd in het voorjaar van 1997 onthuld, ter ere van de Canadezen die weerstonden aan de Duitse gasaanvallen en die dankzij hun verbeten inzet de Duitsers belet hebben om Ieper in te nemen en zo door te stoten naar de kanaalhavens van de Franse kust.

 

7 Britse militaire begraafplaatsen
 

Seaforth Cemetery, Cheddar Villa,
Deze begraafplaats is uniek in de Ieperse salient omdat ze ontstaan is op 25 en 26 april 1915, tijdens de tweede slag om Ieper. Tijdens de Duitse vooruitgang op 25 en 26 april werd in deze omgeving heel hard gevochten. Oorspronkelijk kreeg de begraafplaats de naam ‘Cheddar villa’, naar de bunker die later in de oorlog dichtbij opgetrokken werd. Op verzoek van de bevelhebber van de Seaforth Highlanders werd de naam in 1922 gewijzigd in ‘Seaforth Cemetery, Cheddar Villa’. 147 Britten en 1 Canadees vonden hier hun laatste rustplaats

Poelcapelle British cemetery,
Op deze Britse begraafplaats, de derde grootste in België, vinden we de jongste en oudste Britse gesneuvelde soldaten uit W.O.I. John Condon was net geen 14 jaar, de oudste John T. Carthy was er 47. Er liggen 7.442
soldaten, mariniers en piloten begraven met maar liefst 6.231 onbekenden.

Ruisseau farm cemetery
Op deze begraafplaats liggen 82 soldaten van het Verenigd Koninkrijk. Er liggen o.a. 30 soldaten die behoorden tot de foot guards (voetvolk), 28 Royal guards (koninklijke artillerie) en 6 onbekenden.

St-Julien dressing station
Hier zijn 290 soldatengraven, waarvan 69 onbekenden, 14 Canadezen, 10 Australiërs, 3 Nieuw-Zeelanders, 1 Zuid-Afrikaan en 1 Newfoundlander.

Bridge house cemetery
Kleine begraafplaats met een 45 soldaten.

Dochy farm New British cemetery
Britse militaire begraafplaats met 523 soldaten waaronder 305 Australiërs, 98 Nieuw-Zeelanders, 81 Candezen, 17 Zuid-Afrikanen en 1 Newfoundlander. Van op de begraafplaats heeft men een mooi zicht op Tyne Cot cemetery.

Cement house cemetery
Britse militaire begraafplaats met 2.910 waaronder 14 Newfoundlanders, 5 uit Guernsey, 4 Canadezen, 1 Zuid-Afrikaan en 1 Duitser. Op dit kerkhof is het register nog altijd open, dit betekent dat wanneer er nog Britse gesneuvelden worden gevonden zij hier bijgeplaatst worden.

De Steenakkermolen, St-Juliaan
Deze molen staat ook gekend als Dodenmolen, omdat hier zoveel slachtoffers vielen tijdens W.O.I.
Deze molen werd tijdens de oorlog door de Duitsers als observatiepost gebruikt. Wegens de talrijke beschietingen gaven ze hem de naam 'Totenmühle' (dodenmolen).

Kasteel Langemark
In de hall van het gemeentehuis is er een klein fotomuseum dat herinnert aan W.O.I.. De gedenkplaat aan de voorkant van het gemeentehuis getuigt van de gasaanval op 22/4/’15.
Op 4 september ’94 werd een gedenkplaat onthuld aan het gemeentehuis als dankbare herinnering aan de geallieerden die Langemark bevrijdden op 7/9/’44. Tijdens de bezetting was het kasteel het hoofdkwartier van de SS. Duitse teksten kan je nu nog terugvinden in de kelder en boven waar de Kriegsmarine verbleef.
Het kasteel werd gebouwd in het begin van de 19de eeuw door burggraaf François Guillaume de Pattin, schatbewaarder van het Gulden Vlies. Het kasteel werd gebruikt als zomerverblijf. De vijver was oorspronkelijk verbonden met het kasteel en was 5ha groot. In de tweede helft van de 19de eeuw werd het kasteelpark volledig verbouwd. In het kasteel dat omgebouwd werd tot gemeentehuis, en in gebruik is sedert 1959 prijken de wapenschilden van de adellijke families die het gebouw destijds hebben betrokken

Info en reservatie:
Dienst Toerisme Langemark-Poelkapelle: Kasteelstraat 1,
8920 Langemark-Poelkapelle, tel: 057/49 09 41
Toerisme@langemark-poelkapelle.be

TOP

HOUTHULST

 

vzw DE BOOT

Vzw De boot biedt aan: begeleide actieve en eigenwijze streekbeleving in de Westhoek met natuur - en landschap als voornaamste pijlers. Per zonnefiets, te voet, met kano en/of zonneboot laat een (natuur)gids de mooiste hoekjes van de IJzerstreek zien. Door het rijke culturele erfgoed en de vaak bijzondere streekgebonden bezigheden van de plattelandsmensen zorgt vzw De Boot dat een uitstap in de Westhoek levensecht is.

DE ISERA

De Isera is een voormalig binnenschip gelegen op het Kanaal Ieper-Ijzer aan de Driegrachtenbrug tussen Merkem en Noordschote.In het ruim van het binnenschip is een tentoonstelling ingericht die het verhaal brengt van de IJzer; van bron tot monding, over natuur en cultuur in het heden en het verleden.

EDUCATIEVE PAKKETEN

Afhankelijk van de leeftijd en de beschikbare tijd worden actieve exploratietochten uitgewerkt. Veel benaderde thema’s betreffen: water, landschap, W.O. 1. vzw De boot biedt ook exclusieve energieklassen aan. Daarbij wordt op een zeer frisse en toegankelijke manier over energie nagedacht. De leerlingen kiezen zelf tot welke groep ze willen behoren, de “word slimmer dan papa’s, de ingenieurs, de compostmeesters of de molenaars”. De leerlingen wisselen vervolgens hun ervaringen uit. De winnaars (+16j) mogen een testrit met een zonnefiets maken. Vzw De boot verleent ook het diploma “MEESTER (in) ENERGIE”. Mogelijkheid tot evaluatie en nazorg op school.
Educatief natuurbeheer: Bij “Handen uit de mouwen voor de Blankaart” wordt actief meegewerkt aan het natuurbeheer in het Natuurreservaat de Blankaart.
A la Carte: De onderwijzer/leraar stelt voor zijn groep (lager & middelbaar onderwijs) zelf een arrangement samen op maat van zijn leerlingen.

Info: tel 058/28 70 56 of 0475/21 43 20
info@deboot.be

 

De Beuckelaeremolen
De molen werd wellicht gebouwd in 1781, dit blijkt uit een opschrift dat in de staak nog te lezen is. Nadat de molen tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig werd verwoest werd er in 1923 een andere molen overgebracht uit Poperinge. De molen is volledig maalvaardig en kan bezocht worden na afspraak. De molenaar zal u met veel enthousiasme wegwijs maken in het malen van graan. Na het bezoek kunt u nog biomeel aankopen om thuis overheerlijke pannenkoeken te bereiden.

 

Belgische Militaire begraafplaats
Deze begraafplaats telt 1723 graven van Belgische soldaten, 146 Franse en ook 81 Italiaanse soldaten. De meeste Belgen sneuvelden in de nabijheid tijdens het bevrijdingsoffensief. De Italianen waren krijgsgevangenen. Ze werden gebruikt als dwangarbeiders voor het Duits - Oostenrijkse leger. Ze moesten o.a. munitie via de smalspoorlijnen aanvoeren . Velen stierven tijdens de ultieme aanval waar ze door de Duitsers in de vuurlinie worden geplaatst en door de geallieerden werden neergemaaid. Ze liggen achteraan op de begraafplaats tegen de bosrand begraven.
De begraafplaats ligt op dezelfde plaats waar de veldslag van 28 september 1918 plaatsvond. Ze werd na 1923 (na ontruiming van springstoffen en bij het begin van de herbebossing) aangelegd in de vorm van een Davidster. Met een oppervlakte van 5,24 ha is het één van de grootste Belgische militaire begraafplaatsen in de regio.

 

De Vredesmolen
De stenen molenruïne blijft een bijzonder schouwspel. De strategische ligging, op het hoogste punt van de Noordelijke Westhoek, ontging ook de Duitse troepen niet. Tijdens de Eerste Wereldoorlog gebruikten ze de molen als één van hun belangrijkste observatiepunten in de regio. Hij werd in september 1918 heroverd. Daaraan herinnert de stenen denkplaat met als tekst: “De Klerkense hoogte werd in september 1918 heroverd door de 2de, 22ste en de 3de linieregimenten, gesteund door de 1ste en 13de artillerie”.

 

Het Vrijbos
Het bos werd rond 826 door Abelardus, een neef van Karel de Grote, geschonken aan de abdij van Corbie. De Graven van Vlaanderen betwistten dit eigendomsrecht en eisten de helft van het Vrijbos. In 1096 sloot Robrecht de Fries, graaf van Vlaanderen, een overeenkomst met de abdij. Het deel ten noorden van de Corverbeek werd eigendom van de Graven van Vlaanderen, het zuidelijk deel van de abdij van Corbie. In 1559 verkocht de abdij haar deel aan Godfried van Bocholt. Later verwierf hij ook het noordelijk deel. In 1609 verwerven Albrecht en Isabella de volledige eigendom in ruil voor goederen gelegen in het land van Overmaas. Het Vrijbos werd beheerd door de Kasselrij van leper.

Tijdens de Franse bezetting was het Vrijbos het schuiloord voor de bende van Bakelandt. Bakelandt en zijn kornuiten pleegden verschillende roven in de regio van Tielt en Lendelede maar hielden zich wellicht schuil in de bossen van Houthulst. Bakelandt kon jarenlang aan de ‘gendarmen’ ontsnappen tot hij op 2 november 1803 op de Grote markt van Brugge publiekelijk onthoofd werd. De guillotine waarmee hij onthoofd werd kan bezichtigd worden in het Gruuthusemuseum van Brugge.

In 1829 werd een deel van het bos aangekocht door twee Antwerpenaren, die het op hun beurt, in 1838, verkochten aan senator Cassiers. Senator Cassiers liet er een kasteel, kerk, klooster en een school bouwen. Hij gaf zo meteen de aanzet tot het vormen van de parochie Houthulst.

En toen kwam ‘den grooten oorlog’ en meteen ook het definitieve einde van het uitgestrekte Vrijbos. Het Duitse leger herschiep het bos in een doolhof van loopgraven en prikkeldraadversperringen, vol mitrailleurs en batterijen voor grof geschut. De slag om het bos van Houthulst op 28 september 1918 zorgde ervoor dat het bos herveroverd werd op de Duitsers. Vier jaar van kanonvuur en bestokingen hadden evenwel het gehele bosgebied reeds totaal verwoest. Na de oorlog begon de herbebossing maar op een veel kleinere oppervlakte dan vroeger. In de vijftiger jaren werden grote stukken van het bos ontgonnen. Vandaag blijven er nog 352 ha over waarvan 200 ha militaire domein, 67ha toegankelijk het publiek, een 85 ha privé-domein. Toch blijft het Vrijbos met meer dan 5 km wandeldreven één van de mooiste bossen van de hele regio.

Op het gebied van fauna en flora kan men verschillende zaken terugvinden:
Zoogdieren: bunzing, bosmuis, wezel, haas, konijn, vossen (nu zijn ze er terug),..
Vogels: specht, aalschover, waterwild, goudplevier, wulp, ooievaar, blauwe reiger,watersnip, blauwe kiekendief, sperwer, buizerd, lijsterachtigen, vinken, mezen, nachtegaal, ransuil, fazant, waterhoen, zanglijster, tortelduif, boompieper,..
Planten: speenkruid, mossen, adelaarsvaren, bosanemoon, hulst, brem, lupine, kamperfoelie, kruiskruid, vlier, maagdenpalm, hondsdraf, klier- en boerenwormkruid,…
Bomen: hazelaars, iepen, douglassparren, essen, dennen, beuken, eiken, kastanjes, cipressen, populieren,…..

De IJzerbroeken
De vlakke polders, die tijdens de wintermaanden geregeld worden overspoeld, zijn een paradijs voor vogelliefhebbers. Er zijn verschillende trekvogels die hier komen overwinteren en anderen die hier komen broeden. In het kasteel en het open deel van het natuurreservaat De Blankaart kan u op de aangeduide paden vrij wandelen. Vanuit een vogelkijkhut kan iedereen de vogels bekijken .

Fort van Knokke – Vauban vestiging
De IJzervlakte verbergt menig spoor van een rijk en bewogen verleden. Daartoe behoren o.a. de overblijfselen van de vroegere sterkte van De Knocke, een fort dat vooral roem verwierf tijdens de Frans-Spaanse-Oostenrijkse oorlogen van de XVIIe en XVIII eeuw. De eigenaardige vorm van de kadasterindeling alsook een paar lichte terreingolvingen verraden ogenblikkelijk de aanwezigheid van een verdedigingssysteem; een smalle gracht maakt het ons thans nog mogelijk de gebastioneerde omtrek af te bakenen van het vroegere fort, dat gebouwd was op de samenvloeiing van de IJzer en de Ieperleevaart. De plaats heet nu nog Oud Fort of Fort van Knokke. Enige huisjes staan op de plaats waar vroeger de Kazematten waren, terwijl het “huis van de gouverneur” in de loop der tijden vervangen werd door een mooie Vlaamse hoeve, de enige getuige die nog aansluit bij het verleden.

Monument van Sidronius Hosschius
Het vervangt het monument van Sidronius Hosschius dat voor de eerste wereldoorlog aan de ingang van de kerk stond. Tijdens de oorlog verdween het bronzen borstbeeld. Van het gedenkteken bleef alleen het arduinen voetstuk over. Vlaamse frontsoldaten schreven er met rode letters de noodkreet: 'Hier ons bloed. Wanneer ons recht?' op. Gedurende 15 jaar bleef de pompsteen tegen de kerkmuur liggen zonder dat daar iemand aandacht aan schonk. In 1934 ontdekte Clem de Landtsheer, de toenmalige secretaris van het IJzerbedevaartcomité, de steen en kreeg van het Merkemse schepencollege de toelating om het voetstuk dat als standbeeld voor het borstbeeld van Sidronius Hosschius had gediend over te brengen naar de crypte onder de IJzertoren te Diksmuide. Daar is het nu nog altijd te bezichtigen.

‘t Fazantenhof
Op de hoeve ’t Fazantenhof in Houthulst vindt u naast de verschillende hoevedieren ook de verschillende installaties voor het verwerken van melk tot kaas en yoghurt. De vrouw des huize geeft u met veel enthousiasme tekst en uitleg over hoe de verwerking ervan gebeurt. Verder ziet u de levensloop van de dieren. Uiteraard is er tijd voor een proevertje en kunt u ambachtelijke producten kopen zodat u thuis nog lekker kunt nagenieten .

 

Info en reservatie:
Dienst Toerisme Houthulst: Terreststraat 2,
8650 Houthulst, tel: 051/46 07 31
Toerisme.houthulst@vt4.net

TOP